Vlaamse Vereniging WiskundeLeraars vzw

45 jaar! -

Welkom op onze nieuwe website.

Aanvullende info & Presentaties

1. Wegwijs in de nieuwe matrix van het secundair onderwijs, de eindtermen en het ontwikkelingsproces van de eindtermen.

Door: Ellen Van Twembeke (AHOVOKS)

2. Eindtermen Basisvorming – 2e & 3e graad / Arbeidsmarktfinaliteit

Door: Johan Deprez (KU Leuven), Bert Seghers (KVAB/UGent) & Filip Moons (UAntwerpen/VVWL)

Meest gestelde vragen

Dat klopt. Je onderwijskoepel kan jullie hierin begeleiden. De eindtermen basisvorming zijn opgebouwd in 16 sleutelcompetenties, waarvan de school/onderwijskoepel zelf mag kiezen hoe die concreet vertaald worden naar vakken. Clustering en een geïntegreerde aanpak is dus absoluut mogelijk.
Een eindterm geeft enkel het einddoel aan, niet de weg ernaar toe. De eindtermen geven inderdaad als einddoel aan dat ze gerealiseerd worden in functionele contexten. Indien het didactisch gewenst zou zijn, kunnen "driloefeningen" dus nog steeds deel zijn van de weg naar dat einddoel. Let wel: qua pure rekenvaardigheden zonder ICT zijn deze nieuwe eindtermen minder veeleisend dan de huidige. Het rekenen zonder ICT mag zich in de tweede en derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit beperken tot strategieën om handig te rekenen, zinvol afronden en strategieën om te schatten.
De regel van drie werd al in de eerste graad B-stroom vervangen door verhoudingstabellen. De verhoudingstabellen vonden ook hun weg naar de eindterm getallenleer in de 2e en 3e graad van de arbeidsmarktfinaliteit. Dat komt omdat de regel van drie te beperkend is en zeker niet altijd functioneel is: als je een recept hebt voor 6 personen, maar je hebt maar 3 gasten, is het bijvoorbeeld veel zinvoller om alle hoeveelheden van ingrediënten gewoon te delen door twee. Als je een handleiding hebt om 3 kasten te maken, maar de bestelling verwacht er 12, dan is het veel gemakkelijker om gewoon alle aantallen te vermenigvuldigen met 4. De regel van drie is in praktijk enkel nuttig als de noodzakelijke bewerking niet voor de hand ligt: bv. van een gerecht voor 3 personen naar een gerecht voor 8 personen gaan, op dat moment kan een tussenbewerking waarbij eerst gekeken wordt wat de aantallen zouden zijn voor 1 persoon, om dan die aantallen te vermenigvuldigen met 8, wel zijn nut bewijzen. Een verhoudingstabel omvat echter alle opgenoemde situaties, zonder daarom op te leggen dat je alles eerst moet herleiden naar 1.
Vooreerst: de eindtermen zijn bijzonder functioneel opgevat. De wiskundige vaardigheden staan helemaal in functie van het maatschappelijk leven en de beroepsvorming en zijn ook geschikt om geïntegreerd aan te bieden. Deze eindtermen zijn ook nodig: de vroegere wiskundige inhouden hadden een te enge focus op (repetitieve) rekenvaardigheden en de regel van drie en te weinig nadruk op echte, praktische wiskundige geletterdheid. De bezorgdheid in deze vraag is dus legitiem, maar we willen hier vooral iedereen geruststellen: het is de bedoeling dat deze doelen ook kunnen worden aangeboden door niet-wiskundigen. Met de nodige ondersteuning, moet dat ook echt lukken. De nieuwe inhouden rond wiskunde schrikken op het eerste zicht af omdat ze toch wat anders zijn dan vroeger, maar vallen in de praktijk allicht reuze mee. De VVWL wil in elk geval zich engageren om op korte termijn een aantal ondersteuningsinitiatieven op te zetten om alle PAV-leerkrachten of leerkrachten algemene vorming in het beroepsonderwijs, goed op weg te zetten met dit frisse nieuw curriculum. Ook het boek 'Vakdidactiek PAV' dat onlangs bij ACCO werd uitgegeven biedt al handvaten voor de nieuwe eindtermen.
De VVWL wil in elk geval zich engageren om op korte termijn een aantal ondersteuningsinitiatieven op te zetten om alle PAV-leerkrachten of leerkrachten algemene vorming in het beroepsonderwijs, goed op weg te zetten met dit frisse nieuw curriculum. Ook het boek 'Vakdidactiek PAV' dat onlangs bij ACCO werd uitgegeven biedt al handvaten voor de nieuwe eindtermen. Daarnaast hebben we weet van uitgeverijen die effectief werken aan methodes voor de arbeidsmarktfinaliteit rond wiskundige vaardigheden.
Absoluut. Er is bij de tostandkoming van deze eindtermen vanuit de overheid, maar ook vanuit onze vereniging, intensief overleg geweest met leerkrachten en lerarenopleiders PAV. Daarnaast was er ook veel kennis over het beroepsonderwijs bij de onderwijsverstrekkers. Rekening houdend met de bestaande situatie in het beroepsonderwijs, waar we niet mogen vergeten dat het daar met de wiskundige geletterdheid niet zo goed loopt, hebben we ook een zeer uitgebreide vergelijking gemaakt met buitenlandse curricula in beroepsscholen en de wetenschappelijke literatuur rond wiskundige geletterdheid. Wij beseffen zeer goed dat dit programma heel anders is dan nu. Toch is dat niet noodzakelijk moeilijker: de eindtermen zijn veel functioneler als de te enge focus op rekenvaardigheden van het huidige beroepsonderwijs. De VVWL wil in elk geval zich engageren om op korte termijn een aantal ondersteuningsinitiatieven op te zetten om alle PAV-leerkrachten of leerkrachten algemene vorming in het beroepsonderwijs, goed op weg te zetten met dit frisse nieuw curriculum.
We beseffen dat dit een heel ander programma is dan men gewoon is binnen het beroepsonderwijs. Een nieuw curriculum betekent daarom echter niet dat dat veel moeilijker is dan het oude. Wel integendeel: op basis van peilingsresultaten, wetenschappelijke literatuur en buitenlandse curricula in het beroepsonderwijs kwamen we tot de conclusie dat de wiskundige vaardigheden binnen ons beroepsonderwijs zich wel heel fel beperkten tot pure rekenvaardigheid. Dat hebben we wat opengetrokken maar ook de vereisten rond die pure rekenvaardigheid zijn veel functioneler dan nu en daardoor ook minder veeleisend: het rekenen zonder ICT mag zich in de tweede en derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit beperken tot strategieën om handig te rekenen, zinvol afronden en strategieën om te schatten. De VVWL wil in elk geval zich engageren om op korte termijn een aantal ondersteuningsinitiatieven op te zetten om alle PAV-leerkrachten of leerkrachten algemene vorming in het beroepsonderwijs, goed op weg te zetten met dit frisse nieuw curriculum.
Als je de eindtermen leest, zal je merken dat veel eindtermen met heel beperkte uitbreidingen terugkeren in de derde graad (we noemden dat 'consolideren' tijdens de roadshow). Meetkunde (het interpreteren van 2D voorstellingen van 3D situaties) zit enkel in de tweede graad en in de derde graad komt er nog een eindterm rond het interpreteren van kansen bij. Voor het overige zijn alle eindtermen identiek in beide graden, met soms iets andere contexten of minimale toevoegingen. Je kan dus een leerlijn opbouwen van het 3e tot het 6e middelbaar waarin je op verschillende momenten en in verschillende contexten dezelfde wiskundige vaardigheden oefent. Wat een leerling dus nog niet volledig heeft opgepikt in de tweede graad, kan dus wel vastgezet worden in de derde graad.
De doelen van de basisvorming en van het specifieke gedeelte kunnen geïntegreerd aangeboden en geëvalueerd worden. Het is dus mogelijk om op bepaalde eindtermen te focussen via de praktijkvakken.
De term in de eindtermen 'met ICT' wordt gebruikt als allesomvattende naam voor digitale tools zoals een (grafische) rekenmachine, een computer met softwarepakket, een tablet, een smartphone,... Voor de eindtermen van de wiskundige competentie in de arbeidsmarktfinaliteit is een smartphone meestal voldoende, al kan de computer vaak een meerwaarde betekenen (ook in samenhang met eindtermen van andere competenties).
Neen. De eindtermen basisgeletterdheid wiskunde beperken zich tot de eerste graad en bevatten inhouden die elke 14-jarige minstens moet beheersen om gecijferd aan deze maatschappij te kunnen participeren. Er zijn geen eindtermen basisgeletterdheid voor de tweede en derde graad (ook niet voor andere vakken).