Vlaamse Vereniging WiskundeLeraars vzw

45 jaar! -

Welkom op onze nieuwe website.

Lerarentekort voor wiskunde

ARTIKEL  van Klaas Maenhout in “De Standaard” 30/08/2021

In de derde graad secundair hebben minder dan twee op de tien startende leerkrachten wiskunde een geschikt diploma. Ook in de lagere jaren start minder dan de helft met de juiste opleiding.

‘Een bedreiging voor onze welvaart en kenniseconomie.’

‘De échte leerkracht wiskunde wordt een uitzondering voor de klas. In de hoogste jaren heeft amper 16 procent van de beginnende leerkrachten wiskunde nog het vereiste diploma – dat betekent een master wiskunde, fysica of ingenieurswetenschappen. ‘Dat is een triest record’, zegt Filip Moons, van de Vlaamse Vereniging WiskundeLeraars.

‘Leerkracht wiskunde is meer dan ooit een knelpunt­beroep.’ In aanloop naar 1 september zijn veel directeurs nog hopeloos op zoek naar dit profiel.

De zoekterm ‘leerkracht wiskunde’ ­leverde zondag 234 jobs op via de site van de VDAB.

Hoewel de situatie in de derde graad verontrustend is, maakt Moons zich in nog grotere mate zorgen over de eerste twee graden van het secundair onderwijs.

In de meest recente cijfers, die van 2019-2020, blijkt dat 54 procent van de startende bachelors geen wiskunde aan de lerarenopleiding volgde. In het schooljaar 2017-2018 was dat nog 38 procent. ‘Dat is dramatisch. Veel scholen zetten de leraar biologie, aardrijkskunde of desnoods lichamelijke opvoeding voor de klas wegens gebrek aan ­beter’, zegt Moons. ‘Die leerkrachten zijn nooit intensief met wiskunde, laat staan wiskundedidactiek, bezig geweest. Ze zijn aan­gewezen op collega’s, invulboeken of hun eigen ervaring als leerling vroeger. Je kan je ernstige vragen stellen hoe zij zich überhaupt kunnen beredderen.

Verontrustend

Moons merkt dat in meer en meer Vlaamse scholen geen enkele wiskundige aan de slag is. ‘In wiskundige richtingen zitten de toekomstige ingenieurs, artsen en ­wetenschappers voor je neus. Dan moet het echt wiskunde volgens de regels van de kunst zijn. Dat je als schooldirecteur al verheugd moet zijn als er überhaupt iemand solliciteert, is een rechtstreekse bedreiging voor onze welvaart en kenniseconomie.’ Françoise Chombar, voorzitter van het Stem-platform, deelt die bezorgdheid. ‘In 2015 is hier al voor gewaarschuwd. Dat er geen vooruitgang is, maar zelfs een achteruitgang, is verontrustend. Wiskunde is de basis waar andere Stem-pijlers op steunen. Zonder wiskunde geen Stem.’

‘Veel scholen zetten de leraar biologie, aardrijkskunde of desnoods lichamelijke opvoeding voor de klas wegens gebrek aan beter’

De neerwaartse evolutie is een vicieuze cirkel, stelt Ann Dooms, wiskundeprofessor bij de vakgroep Wiskunde en Data Science aan de VUB. Ze is een van de oprichters van het wiskundeplatform. ‘Vandaag komen leerkrachten die al doende wiskunde geleerd hebben, voor de klas. Er is niet alleen het gevaar voor receptenwiskunde, er is er ook een probleem met ­begeestering. Economen die wiskunde geven, hebben hun dada, maar het grotere geheel ontbreekt vaak. Ze slagen er niet in de kunst van de abstractie over te brengen en links te leggen tussen verschillende takken van de wiskunde. Dat is geen verwijt, want ze zijn er niet voor opgeleid. Minder door wiskunde begeesterde leerkrachten betekent uiteindelijk minder studenten wiskunde.’ In 2020 studeerden amper 38 masters wiskunde af over heel Vlaanderen. Daarvan hebben er 11 de stap naar het onderwijs gezet.

Het tekort weegt ook op andere wiskundeleerkrachten, merkt Moons. ‘Als een leraar uitvalt tijdens het schooljaar, is dat sowieso een ramp. Door gebrek aan vervangers verdelen de wiskundeleraars op een school vaak die uren noodgedwongen onderling.’

Anciënniteit

De problematiek ligt op het snijpunt van verschillende actuele onderwijsdebatten: het leraren­tekort, de dalende onderwijskwaliteit, de invulboeken. Maar wat zijn de oplossingen? Het kabinet van minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) benadrukt dat ‘wiskunde vandaag al een van de knelpuntvakken is in de nieuwe anciënniteitsregeling’. Door die regeling kunnen zogenaamde zij-instromers tot acht jaar anciënniteit meenemen. In het schooljaar 2019-2020 blijkt dat 108 starters zij-instromers waren. ‘Een aanzienlijke groep, maar ruim onvoldoende om de 379 uitstromende leerkrachten op te vangen’, zegt Moons.

‘De maatregel is nog onvoldoende gekend en moet via campagnes beter gecommuniceerd worden’, vindt Steven Coenegrachts (Open VLD), die de cijfers opvroeg. ‘We moeten nog meer in the picture zetten dat mensen die overwegen over te stappen vanuit de privé, recht hebben op een financiële stimulans.’

Een ander werkpunt volgens Coenegrachts is de kwaliteit van de lerarenopleiding verhogen. ‘Er worden stappen gezet, maar het mag sneller, concreter en tastbaarder worden.’ Cynisch genoeg leidt Vlaanderen wel nipt genoeg educatieve bachelors wiskunde op. ‘Van de 170 afgestudeerde bachelors gingen er vorig schooljaar amper 77 voor de klas staan’, zegt Moons. ‘We moeten dus ook inzetten op afgestudeerden effectief voor de klas te krijgen.’

Fragment uit het INTERVIEW Minister Ben Weyts op Radio 1 in “De Ochtend”

Om het lerarentekort weg te werken wil Weyts blijven inzetten op “zij-instromers”. Dat zijn mensen die de overstap maken van de privésector naar het onderwijs. Om die mensen naar de klas te lokken, wordt vandaag al rekening houden met hun aantal jaren ervaring in de privésector. Zij-intromers worden daar dan ook naar verloond, want zij mogen acht jaar anciënniteit meenemen.We gaan de lijst met knelpuntvakken dit jaar nog uitbreiden.

Al geldt dat vandaag nog niet voor iedereen. Die regeling geldt slechts voor een aantal vakken, maar minister Weyts wil die lijst nu uitbreiden. “Het geldt vandaag al voor klassieke knelpuntvakken als wiskunde, Nederlands en Frans. Maar die lijst gaan we dit jaar nog uitbreiden, bijvoorbeeld naar ICT. Dat is ook een knelpuntvak.”

Daarnaast wil Ben Weyts het beroep van leraar ook nog aantrekkelijker maken door te zorgen voor voordelen als fietsvergoedingen, internetvergoedingen en een betere digitale uitrusting. Bovendien wil hij dat startende leraren beter begeleid worden. “Het probleem zit hem namelijk niet bij de uitstroom uit lerarenopleidingen,” legt Weyts uit. “Het probleem is wel dat men ofwel de stap niet zet naar het onderwijs ondanks het juiste diploma, of dat men binnen de vijf jaar al stopt. Een betere coaching van startende leerkrachten is nodig.”

Beluister het gesprek met Ben Weyts in ‘De Ochtend’ via Radio 1 Select